Famiris

Rusthuizen (ROB)

Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie (SVIE)

Als men overweegt een rusthuis te openen moet men vooraf de ministers bevoegd voor bijstand aan personen om een specifieke vergunning voor ingebruikneming en exploitatie vragen, zodat kan worden nagegaan of het project overeenstemt met de programmering in het Brusselse bicommunautaire beleid van het aantal bedden.  Die aanvraag gebeurt door bij de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap een beschrijvend dossier in te dienen waarvan de inhoud wordt verduidelijkt in artikel 3 van het besluit van het Verenigd College van 4 juni 2009 en waarvoor een ontvangstbewijs zal worden afgeleverd en waarover eventueel bijkomende inlichtingen kunnen worden gevraagd.  De behandeling van de aanvraag zal tot een voorstel tot beslissing leiden die ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de technische commissie Opvang van afhankelijkheid (bij afwezigheid daarvan, aan de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen) alvorens, voor beslissing, aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen te worden voorgelegd.

Wetteksten : art. 6 – 8 ord. 24/04/08 – art. 2 – 4 BVC 4/06/09

Vergunning voor werken en afwijking van de architectonische normen

Als men overweegt een nieuw rusthuis te openen, is het gebruikelijk dat men bepaalde werken moet uitvoeren om het gebouw in overeenstemming te brengen met de door de regelgeving voorgeschreven architectonische normen.  Er moet dus bij de ministers bevoegd voor bijstand aan personen een aanvraag voor een vergunning voor werken worden ingediend aan de hand van een beschrijvend dossier waarvan de inhoud wordt verduidelijkt in artikel 6 van het besluit van het Verenigd College van 4 juni 2009 en waarvoor een ontvangstbewijs van de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap zal worden afgeleverd en waarover eventueel bijkomende inlichtingen kunnen worden gevraagd.  De behandeling van de aanvraag zal tot een voorstel tot beslissing leiden die ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de technische commissie Opvang van afhankelijkheid (bij afwezigheid daarvan, aan de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen) alvorens, voor beslissing, aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen te worden voorgelegd.

Wetteksten : art. 9 – 10 ord. 24/04/08 art. 5 – 6 BVC 4/06/09

Het is mogelijk om, via een gemotiveerd en verantwoord verzoek aan de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap, uitzonderlijk een afwijking van de architectonische normen te verkrijgen (bijvoorbeeld wanneer een specifieke inrichting van het gebouw onmogelijk is).  De behandeling van de aanvraag zal tot een voorstel tot beslissing leiden die ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de technische commissie Opvang van afhankelijkheid (bij afwezigheid daarvan, aan de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen) alvorens, voor beslissing, aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen te worden voorgelegd.

Wetteksten : art. 11 ord. 24/04/08 – art. 256 BVC 3/12/09

Vergunning voor voorlopige werking (VVW) en vernieuwing van de vergunning voor voorlopige werking

Als men vooraf vergunde bedden wil exploiteren, moet men de eigenlijke erkenningsprocedure starten.  De eerste fase van die procedure bestaat erin bij de ministers bevoegd voor bijstand aan personen een voorlopige werkingsvergunning aan te vragen, door bij de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap een beschrijvend dossier in te dienen waarvan de inhoud wordt verduidelijkt in artikel 8 van het besluit van het Verenigd College van 4 juni 2009 en waarvoor een ontvangstbewijs zal worden afgeleverd en waarover eventueel bijkomende inlichtingen kunnen worden gevraagd.  Zodra het dossier volledig is, geeft de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap de directie Controle van de Diensten van het Verenigd College een mandaat om een bezoek uit te voeren met het doel om na te gaan of de reglementaire normen worden nageleefd en om een inspectieverslag op te stellen waarop de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap zich baseert om een voorstel tot beslissing van een voorlopige werkingsvergunning op te stellen. In eerste instantie wordt het voorstel ter goedkeuring voorgelegd aan de technische commissie Opvang van afhankelijkheid (bij afwezigheid daarvan, aan de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen) daarna wordt het voorstel in tweede instantie, voor beslissing, aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen voorgelegd.   Tijdens die voorlopige werkingsvergunning (of tijdens de verlenging ervan gedurende maximum een jaar) brengt de directie Controle van de Diensten van het Verenigd College een of meer bezoeken om na te gaan of de reglementaire normen worden nageleefd.  De vaststellingen tijdens die bezoeken worden in een rapport vermeld en aan de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap voorgelegd, samen met een voorstel van antwoord (positief, met een voorstel van de erkenningsduur, of negatief).

Wetteksten : art. 13 ord. 24/04/08 art. 7 – 9 BVC 4/06/09

Erkenning (ERK) en vernieuwing van de erkenning

Als de directie Controle van de Diensten van het Verenigd College haar rapport aan de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap bezorgt, stelt die dienst een voorstel tot beslissing van de erkenning op, dat in eerste instantie ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de technische commissie Opvang van afhankelijkheid (bij afwezigheid daarvan, aan de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen) daarna wordt het voorstel in tweede instantie, voor beslissing, aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen voorgelegd.  Die erkenning is beperkt in de tijd (maximumduur van zes jaar). Zes maanden voordat die erkenning verstrijkt, verzendt de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap de beheerder een identificatievragenlijst die teruggestuurd wordt met een bijgewerkte versie van de documenten die bij de aanvraag om erkenning werden bezorgd (art. 15 van het besluit van het Verenigd College van 4 juni 2009) waarvoor een ontvangstbewijs zal worden geleverd en waarover eventueel bijkomende inlichtingen kunnen worden gevraagd.  Zodra het dossier volledig is, geeft de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap de directie Controle van de Diensten van het Verenigd College een mandaat om een nieuw bezoek uit te voeren met het doel om na te gaan of de reglementaire normen worden nageleefd en om een inspectieverslag op te stellen waarop de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap zich baseert om een voorstel tot verlenging van de erkenning op te stellen. In eerste instantie wordt het voorstel ter goedkeuring voorgelegd aan de technische commissie Opvang van afhankelijkheid (bij afwezigheid daarvan, aan de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen) daarna wordt het voorstel in tweede instantie, voor beslissing, aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen voorgelegd.

Wetteksten : art. 11, 12 en 16 ord. 24/04/08 – art. 10 – 15 BVC 4/06/09

Wijziging tijdens de erkenning

Voor elke geplande wijziging in de loop van de erkenning (bijvoorbeeld in geval van een wijziging van de capaciteit, een fusie of het opnemen van bedden in portefeuille) moet er bij de dienst Instellingen voor ouderen en personen met een handicap een aanvraag worden ingediend, die een voorstel tot beslissing zal uitwerken en dat aan de ministers bevoegd voor bijstand aan personen zal voorleggen.

Wetteksten : art. 16 ord. 24/04/08

Opname van bejaarden jonger dan 60 jaar

Woonzorgcentra mogen vragen om tot 5% min-60-jarige ouderen te laten verblijven; daartoe dienen ze bij de leidend ambtenaar van Iriscare een verblijfsaanvraag in, samen met een begeleidingsplan van de persoon en de lijst van de mensen die in de inrichting verblijven.  De centra kunnen een vergunning hebben om tot maximum 10% van min-60-jarige ouderen te huisvesten zodra een arts de noodzaak daarvan verantwoordt.  De aanvraag leidt tot een voorstel van beslissing dat door de leidend ambtenaar van Iriscare moet zijn ondertekend.

Wetteksten : art. 255 BVC 3/12/09

Goedkeuring van de benoeming van de directeur

Als de directie verandert, moeten de woonzorgcentra de leidend ambtenaar van Iriscare vragen om de benoeming van de nieuwe directie goed te keuren.  De directie moet, voor zij in functie treedt, minstens een niet-universitair diploma van hoger onderwijs bezitten en een opleiding volgen van minstens 500 uren aan een universiteit of een door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of andere bevoegde Gemeenschap of Gemeenschapscommissie erkend opleidingscentrum. Voor de houders van een diploma ziekenhuisbeheer wordt die opleiding teruggebracht tot 100 uren; de houders van een diploma ziekenhuisbeheer gericht op de geriatrie zijn van die aanvullende opleiding vrijgesteld.  In afwijking en voor maximum twee jaar kan de beheerder iemand die de directeursopleiding volgt als directeur aanwerven.

Wetteksten : art. 184, 1°, 2e lid,  BVC 3/12/09

Goedkeuring van de opleiding van de directeur

De directeur moet jaarlijks minstens een erkende bijscholing van drie dagen volgen (over thema’s zoals de strijd tegen mishandeling en de zorgkwaliteit, de diversiteit en de participatie van de ouderen).  De opleiders moeten de leidend ambtenaar van Iriscare ten laatste een maand voor de organisatie van de opleiding om de erkenning van het opleidingsprogramma vragen.

Wetteksten : art. 186 BVC 3/12/09

Goedkeuring van de opleiding van het personeel

Alle personeelsleden moeten jaarlijks een erkende bijscholing van minstens dertig uren volgen (over thema’s zoals de strijd tegen mishandeling en de zorgkwaliteit, de diversiteit en de participatie van de ouderen).  De opleiders moeten de leidend ambtenaar van Iriscare om de erkenning van het opleidingsprogramma vragen.  De centra moeten voor hun personeel een bijscholingsplan opstellen dat zich over twee jaar uitstrekt en het ter goedkeuring aan de Dienst instellingen voor ouderen en personen met een handicap voorleggen.

Wetteksten : art. 183 BVC 3/12/09

Prijscontrole

Als gevolg van de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de zesde staatshervorming en de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, genaamd Iriscare, werd de bevoegdheid “prijscontrole” overgedragen aan de directie Budget, Financiering en Monitoring van Iriscare.

Elke kennisgeving van prijsindexering, elke aanvraag om prijsverhoging of verhoging van marges moet worden gemaild en/of aangetekend met ontvangstbericht worden verstuurd naar Belliardstraat 71, bus 2, 1040 Brussel. De instellingen voor bejaardenopvang kunnen geen prijsverhoging of verhoging van marges toepassen zonder voorafgaande aanvraag (M.B. van 12-08-2005).

Voor de opening van nieuwe diensten of levering van nieuwe producten zijn de instellingen voor bejaarden vrij om de prijzen vast te leggen. De actie van de directie Budget, Financiering en Monitoring van Iriscare beperkt zich ertoe de ontvangst te bevestigen van de kennisgeving van de prijzen samen met een duidelijke en uitvoerige beschrijving van het product, tien dagen voor de toepassing ervan (met vermelding “kennisgeving van nieuwe dienst/nieuw product”).
Voor de prijsverhoging of verhoging van marges zijn er twee procedures: enerzijds de vereenvoudigde voor aanvragen om prijsindexering en anderzijds de volledige voor aanvragen om prijsverhoging buiten index.

Met betrekking tot de vereenvoudigde procedure deelt de instelling aan de directie Budget, Financiering en Monitoring de dagprijzen mee aangepast aan de evolutie van de index van de consumptieprijzen over een periode van maximum zesendertig maanden voorafgaand aan de maand waarin de kennisgeving wordt ontvangen. Als de directie Budget, Financiering en Monitoring binnen tien dagen die volgen op de ontvangst van de kennisgeving ze niet weigeren, kunnen de geïndexeerde prijzen worden toegepast, ten vroegste vanaf de vijftiende dag te rekenen vanaf de ontvangst van de kennisgeving.

Bij de volledige procedure controleert de directie Budget, Financiering en Monitoring de ontvankelijkheid van de aanvraag, bevestigt ze ontvangst en vraagt ze eventueel de instelling om, binnen tien dagen die volgen op de ontvangstdatum van de aanvraag, haar aanvraag te vervolledigen. De beslissing van de leden van het Verenigd College bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen wordt aan de instelling meegedeeld binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag.

Documenten

De instructies met betrekking tot de federale prestaties, evenals de recordtekening, kunnen worden geraadpleegd op de website van het RIZIV.

RaaS (RVT-as-a-Service)

Toegang krijgen tot RaaS gebeurt via het federale eHealth. U dient zich in te loggen met uw elektronische identiteitskaart of een andere identificatiemethode zoals “itsme“.