Famiris myIriscare

Van eerste fonds tot regionalisering: honderd jaar kinderbijslag

Het verhaal van de kinderbijslag begon in 1921 en nam een grote wending in de jaren dertig. Sindsdien is dit systeem blijven evolueren, vooral door de oprichting van de RKW in 1960 en FAMIFED in 2014 en onlangs door de regionalisering van de kinderbijslag. Vele mijlpalen kleurden de voorbije honderd jaar de geschiedenis van België en zijn gezinnen.

In 1921 werd het eerste Belgische kinderbijslagfonds opgericht. Honderd jaar later is er heel wat veranderd. De wetgeving betreffende kinderbijslag ging voortdurend mee met haar tijd en er zijn vele stappen gezet om te komen tot de kinderbijslag die we vandaag kennen.

1921: de eerste initiatieven

De oorsprong van de kinderbijslag kan worden teruggevoerd tot het persoonlijk initiatief van sommige werkgevers om extra loon toe te kennen aan werknemers met kinderen. Het eerste Belgische kinderbijslagfonds wordt opgericht in Verviers op 25 maart 1921, wanneer 32 industriëlen van Verviers de “Caisse d’allocations familiales de l’agglomération verviétoise” oprichten.

Het is duidelijk dat deze eerste versie van de kinderbijslag niet echt lijkt op wat wij vandaag kennen. Zo kunnen alleen grote arbeidersgezinnen (met vier kinderen) waarvan de ouders minder dan 212 Belgische frank per maand (5,25 euro) verdienen deze financiële tegemoetkoming krijgen.

1930: kinderbijslag voor alle loontrekkende werknemers

Negen jaar na de oprichting van het eerste Belgische kinderbijslagfonds is er al heel wat veranderd. Zo zijn verschillende “privéfondsen” opgericht. In 1925 zijn er al twaalf fondsen met 773 aangesloten ondernemingen die meer dan 130.000 werknemers in dienst hebben. In 1930 besluit de Belgische Staat om een wet te maken en voert met de wet van 4 augustus 1930 kinderbijslag in voor alle werknemers in loondienst. Door deze wet krijgt elk kind tot 14 jaar kinderbijslag van 15 tot 100 frank per maand, afhankelijk van zijn of haar rang in het gezin (oplopende tarieven tot de vijfde rang), zonder enige toeslag, maar met een mogelijke uitbreiding tot 18 jaar voor studenten. Deze uitkeringen werden betaald via een veertigtal werkgeversfondsen door de werkgever, die koos bij welk fonds hij zich aansloot.

1937: de zelfstandigenregeling

Op 10 juni 1937 verschijnt een nieuwe wet die het recht op kinderbijslag uitbreidt naar de zelfstandigen. Tussen 1937 en 1960 ondergaat de kinderbijslag verschillende veranderingen, waaronder de toegang tot de kinderbijslag voor arbeidsongeschikten (1945), de invoering van een specifieke bijslag voor weeskinderen (1946) en voor studenten tot 21 jaar (1951).

1960: oprichting van de RKW

Daarna volgt een belangrijke bladzijde in de geschiedenis van de kinderbijslag in België: de oprichting van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) met de wet van 26 juli 1960. De inkomsten van de RKW komen van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). De RKW wordt opgericht om de kinderbijslagsector te organiseren. Er waren kinderbijslagsfondsen voor bepaalde sectoren: bijzondere Verrekenkas voor gezinsvergoedingen ten bate van de arbeiders gebezigd door de ladings- en lossingsondernemingen en door de stuwadoors in de havens, losplaatsen, stapelplaatsen en stations, bijzondere Verrekenkas voor gezinsvergoedingen ten bate van de arbeiders der ondernemingen voor binnenscheepvaart, bijzondere Verrekenkas voor horeca personeel, bijzondere Verrekenkas voor thuiswerkers, alsmede de handelsreizigers en handelsvertegenwoordigers die in dienst zijn van verscheidene werkgevers, bijzondere Verrekenkas voor gezinsvergoedingen ten bate van de arbeiders der diamantnijverheid.

Daarna wordt er verder vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van de kinderbijslag, vooral met de uitbreiding naar studenten tot 25 jaar (1964), de invoering van een specifieke regeling voor de overheidssector (1965), de uitbreiding naar werklozen (1968) en de invoering van de regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag (1971).

2014: RKW wordt FAMIFED

Met het oog op de zesde staatshervorming worden een aantal bevoegdheden van de federale overheid overgeheveld naar de gemeenschappen en de gewesten. Daarbij wordt ook de kinderbijslag overgedragen. Deze overdracht doorloopt verschillende fasen, waarvan enkele in 2014 plaatsvinden, maar ook de verschillende kinderbijslagregelingen (werknemers, zelfstandigen en openbare diensten) in één enkele wet; algemene kinderbijslagwet.

Zo verwelkomt het beheerscomité van de RKW op 2 april 2014 ook twaalf vertegenwoordigers van de gemeenschappen en de deelentiteiten. “Voor ons komen de gezinnen op de eerste plaats en we doen er alles aan opdat de bevoegdheidsoverdracht in alle rust kan verlopen, zonder gevolgen voor de uitbetaling van de kinderbijslag. Wij trekken dus de kaart van het overleg,” zegt Tania Dekens, administrateur-generaal van de RKW.

De komst van vertegenwoordigers van de deelentiteiten is niet onbelangrijk. Op 1 juli 2014 wordt de RKW immers FAMIFED (het Federaal agentschap voor de kinderbijslag), dat voortaan werkt voor rekening van de vier deelstaten. Vanaf 1 juli 2015 moeten de deelstaten de kinderbijslagsector financieren. FAMIFED is verantwoordelijk voor het beheer van de volledige overgangsperiode, die dan uiterlijk eind december 2019 moet zijn afgerond.

2019: naar 4 kinderbijslagregelingen toe

Op 1 januari 2019 wordt de kinderbijslag, na de zesde staatshervorming en de overgangsperiode, geregionaliseerd. In Vlaanderen gaat dan het nieuwe kinderbijslagstelsel van start onder de naam “Groeipakket”, beheerd door de nieuwe overheidsoperator, Fons. Ook in de Duitstalige Gemeenschap treedt het nieuwe systeem in werking op 1 januari 2019. In Wallonië gebeurt dit echter in twee fasen. Op 1 januari 2019 wordt het nieuwe Waalse overheidsfonds opgericht onder de naam Famiwal. Het huidige systeem blijft van kracht, maar bepaalde nieuwe regels gelden voor alle kinderen. Het zal nog een jaar duren voor de nieuwe bedragen van toepassing zijn op kinderen die na 1 januari 2020 zijn geboren.

In Brussel wordt de bevoegdheid overgedragen naar de GGC. In maart 2017 is, Iriscare, een nieuwe instelling van openbaar nut (ION) opgericht en in april 2018 opent Iriscare de deur om de overdracht van een aantal bevoegdheden op het gebied van gezondheid en bijstand aan personen op 1 januari 2019 voor te bereiden. Voor de kinderbijslag liggen de zaken iets anders. “In tegenstelling tot andere gewesten hebben we onszelf de middelen gegeven om het nieuwe systeem in veilige omstandigheden te installeren. Meer dan 70% van de gezinnen zullen een hoger bedrag ontvangen dan in het huidige systeem. De andere gezinnen zullen uiteraard niets verliezen”, aldus toen Bernard Clerfayt, de minister bevoegd voor Gezinsbijslagen. Pas in 2020 en met de nieuwe Brusselse kinderbijslagregeling neemt Iriscare deze verantwoordelijkheid over en maakt het nieuwe overheidsfonds Famiris zijn opwachting. “Als de publieke speler onder de Brusselse gezinsbijslagfondsen, beschikt Famiris over goede troeven. Dit fonds is bij uitstek het fonds dat erover zal waken dat geen enkel kind door de mazen van het net van de kinderbijslag valt. Daardoor zal het een belangrijke bijdrage leveren in de strijd tegen de kinderarmoede in Brussel.”, reageert Sven Gatz, minister voor het Openbaar Ambt, in 2019. Dit wordt beklemtoond door Tania Dekens, leidend ambtenaar van Iriscare “Het nieuwe systeem zal alleen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden toegepast. Er werd dus gekozen voor een systeem dat rekening houdt met de specifieke situaties van de gezinnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Brusselse kinderbijslagregeling wordt dus een belangrijk instrument in de kinderarmoedebestrijding en zal de koopkracht van kwetsbare gezinnen verhogen. Het zal alle Brusselse gezinnen ten goede komen.

2020: een nieuwe Brusselse kinderbijslagregeling

Tot 31 december 2019 beheert FAMIFED de Brusselse dossiers en dus de dossiers van alle gezinnen die in Brussel verblijven. Op 1 januari 2020 neemt Iriscare het beheer van de gezinsbijslag over. In nauwe samenwerking met de privéfondsen, maar ook met het nieuwe overheidsfonds Famiris, zorg Iriscare voorde stipte en correcte uitbetaling van de kinderbijslag aan alle gezinnen in Brussel.

Op 3 februari 2020 krijgen de ouders van 110.000 kinderen (ongeveer een derde van de Brusselse kinderen) voor het eerst kinderbijslag van Famiris. Die eerste betaling door Famiris geeft ook het startschot voor de nieuwe kinderbijslagregeling in Brussel. Die werd zo ontwikkeld om voordelig te zijn voor alle Brusselse kinderen. Iedereen ontvangt minstens hetzelfde bedrag als dat wat ze in december 2019 kregen. Alle gezinnen genieten de regeling die het voordeligst is voor hen. In totaal krijgt 62% van de gezinnen die aangesloten zijn bij Famiris gemiddeld 40 euro extra per maand. Ongeveer 4.000 gezinnen met een laag inkomen – de “working poor” – hebben voortaan ook recht op een sociale toeslag, wat vroeger niet zo was.
2021: honderd jaar kinderbijslag

In 2021 viert de Belgische kinderbijslag zijn honderdste verjaardag. Het einde van deze eeuw is een belangrijk keerpunt: sinds 1 januari 2020 en het nieuwe systeem kunnen alle nieuwe gezinnen hun eigen kinderbijslagfonds kiezen. Dat was vroeger niet het geval, omdat de werkgever van de vader het kinderbijslagfonds koos. Vanaf 2022 zullen de Brusselse gezinnen ook van fonds kunnen veranderen (dit kan al sinds 2020 in Vlaanderen en sinds 2021 in Wallonië) na twee jaar aansluiting.

Sinds 1921 is er dus heel wat veranderd op het vlak van de kinderbijslag: de wetgeving, de bedragen en de toeslagen werden in de loop der jaren aangepast, de instellingen die de kinderbijslag beheerden, volgden elkaar op, het aantal fondsen verminderde door fusies en ook de zesde staatshervorming heeft het kinderbijslaglandschap in België grondig gewijzigd. Ongetwijfeld staan er ook de komende honderd jaar nog veel veranderingen op stapel. Maar dat zien we dan pas… Tot in 2121!

Bronnen