In december 2025 hadden 304.966 Brusselse kinderen recht op kinderbijslag. Van hen ontvingen 128.222 kinderen ook een sociale toeslag boven op hun basiskinderbijslag. Dat komt overeen met 42,04% van alle kinderen die in Brussel recht hebben op kinderbijslag.
In 2025 bedroeg het basisbedrag van de Brusselse kinderbijslag tussen €174,06 en €211,36 per maand per kind. Het bedrag hangt af van de leeftijd van het kind en, voor jongeren tussen 18 en 24 jaar, van het feit of zij al dan niet hoger onderwijs volgen.
Gezinnen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen boven op dat basisbedrag een sociale toeslag ontvangen. Die toeslag houdt rekening met het gezinsinkomen, het totale kadastrale inkomen, de gezinssamenstelling en de leeftijd van het kind.
Automatische controle op basis van fiscale gegevens
De cijfers voor 2025 zijn voorlopig. De definitieve cijfers kunnen pas worden vastgesteld nadat de FOD Financiën in 2027 de fiscale gegevens heeft doorgestuurd. Op basis van die gegevens wordt automatisch nagegaan of gezinnen recht hadden op een sociale toeslag.
Die controle kan nog een belangrijke impact hebben. Uit eerdere jaren blijkt dat het aandeel kinderen met een sociale toeslag na de verwerking van de fiscale gegevens sterk kan stijgen. Zo ging het aandeel in 2023 van 42,1% op basis van voorlopige cijfers naar 57,5% na de definitieve verwerking. Ook in 2020, 2021 en 2022 steeg het aandeel nog met respectievelijk 14,6, 14,9 en 18 procentpunt.
Dankzij die automatische controle kunnen ook kinderen worden geïdentificeerd van wie de ouders hun inkomen niet zelf hebben opgegeven, maar die wel recht hadden op een sociale toeslag. Het omgekeerde kan ook: als uit de fiscale gegevens blijkt dat een gezin geen of minder recht had op een sociale toeslag, kan een deel van het bedrag worden teruggevorderd.
Sterkste concentratie in de grote Brusselse gemeenten
De hoogste aandelen kinderen met een sociale toeslag worden geregistreerd in Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Anderlecht, Brussel-Stad en Schaarbeek. Dat wijst erop dat in deze gemeenten relatief veel kinderen opgroeien in gezinnen met een beperkt inkomen. Tegelijk gaat het om gemeenten met een grote bevolking en veel gezinnen, waardoor ook het absolute aantal kinderen met recht op een sociale toeslag er hoger ligt.
“De kinderbijslag is er voor elk kind. Tegelijk weten we dat niet elk gezin dezelfde financiële draagkracht heeft. Sociale toeslagen zorgen ervoor dat de Brusselse kinderbijslag beter rekening houdt met de realiteit van gezinnen. In een grootstedelijke context als Brussel, waar de verschillen tussen gezinnen groot zijn, blijft dat een belangrijk instrument om kinderen zo gericht en rechtvaardig mogelijk te ondersteunen,” zegt Tania Dekens, directeur-generaal van Iriscare.
